rinakoops
welkom op de site !
 


 
Zinvol leven met een lichamelijke beperking.
Lezing gehouden door Rina Koops uit Ermelo op 13 oktober 2010 te Harderwijk voor "Dit Koningskind".

     In de uitnodiging voor deze avond stond in de kerkbode:
     "Het zal je maar gebeuren: je ontdekt dat je lichaam "niet meer wil" of je krijgt een ongeluk met ernstige gevolgen.
     Of je wordt met een lichamelijke handicap geboren. Dit zijn situaties die diep in je leven ingrijpen.
     Je hebt veel vragen in een situatie waarin je je leven een wending moet geven.
     De avond zal gaan over onder andere zingeving en (rouw)verwerking."

 
     Het zal je maar gebeuren, staat er.
 
     Drie groepen.
     Voor verschillende mensen hier aanwezig is dit de realiteit. Het is gebeurd.
     Voor de één kwam het plotseling, zo van het ene op het andere moment kwam je terecht van de validiteit in de invaliditeit.
     Anderen merkten dat hun gezondheid langzamerhand achter uit ging en er zijn
     ook aanwezigen die met een lichamelijke beperking werden geboren.
 
     Maar er is ook een andere groep aanwezig vanavond.
     Dat is de groep direct betrokkenen.
     Partners, ouders, misschien kinderen die hebben meegemaakt wat hun ouder is overkomen.
     Deze groep heeft direct te maken met de gevolgen van de beperking.
 
     En er zijn vanavond mensen aanwezig vanwege hun ambt: ze zijn ouderling, zitten in de zorggroep van de kerk,
     zijn bezoek dame of heer, vrijwilliger of iets anders.
     Drie groepen betrokken mensen.
     Degene die het aangaat,
     de meest naasten
     en de derde groep die ik voor het gemak de ambtsdragers noem.

Waar gaat deze lezing over.
In de uitnodiging staat dat het deze avond zal gaan over zingeving en rouwverwerking.
Ik ga dat in omgekeerde volgorde doen en begin bij rouwverwerking.

In de eerste plaats ga ik iets zeggen tegen degenen die een lichamelijke beperking hebben en
in de tweede plaats zeg ik iets tegen de meest naasten en de ambtsdragers.

Je hebt een aangeboren of een verworven lichamelijke beperking.
Er is een verschil tussen deze twee maar op dat verschil ga ik nu niet in.

De lichamelijke behendigheid, wat eerst misschien vanzelfsprekend aanwezig was, is er niet of niet meer.
Je hebt dan te maken met verlies met een heel groot verlies.
Voor de rest van je leven word je dagelijks geconfronteerd met je beperking.
Natuurlijk verschilt elke beperking naargelang je al of niet hulp nodig hebt met de dagelijkse verzorging,
de dagelijkse activiteiten, de sociale en maatschappelijke gevolgen op het gebied van huisvesting, daginvulling,
werk, mobiliteit, communicatie, relaties en het kunnen realiseren van persoonlijke doelen.

Vanavond ga ik het verlies en de rouwverwerking bespreken in verband met de zingeving.

Wat geeft in het algemeen zin aan het leven.
In onze cultuur wordt het gezondheidsideaal aangehangen als een hoge waarde.
Dat geldt voor ons als christenen evenzeer. Wij zijn ook kinderen van onze tijd.
In het algemeen kun je spreken over vier doelen die onze cultuur nastreeft, maar er zijn vast nog wel meer.
1. De zin van het leven wordt afgeleid aan de vermogens die iemand heeft.
     Dat betekent het werk doen waarvoor je hebt gekozen en bent opgeleid.
     De kost verdienen voor jezelf en degenen die bij je horen is een doel die sterk wordt gewaardeerd.
2. Een na te streven ideaal is een huwelijk, een vaste relatie, een gezin.
3. Onlangs is er nog een onderzoek geweest dat aantoonde dat knappe mensen in het algemeen
     aardiger worden bejegend en eerder een baan krijgen.
     Een ongeschonden uiterlijk is een onbetwiste waarde.
     De kansen in het sociale verkeer worden sterk bepaald door je toonbaarheid.
     Niet elke lichamelijke beperkte heeft met dit punt te maken, want soms is de handicap onzichtbaar.
4. Normaliteit, een normaal leven: daaronder worden een aantal begerenswaardige zaken verstaan:
     jong, intelligent, onafhankelijk en gezond.

Vier doelen, die jijzelf en iedereen in je omgeving als vanzelfsprekend nastreeft.

De kloof tussen doelen en mogelijkheden.

Door de lichamelijke beperking is er een kloof ontstaan tussen aan de ene kant de feitelijke mogelijkheden en
aan de andere kant de nagestreefde vier doelen. Misschien heb je het doel nog wel, maar het is niet uitvoerbaar.
Je krijgt te maken met verlies.
Vanuit het oogpunt van de vier doelen gezien betekent gezondheidsverlies verlies van datgene wat betekenis kan geven
én betekent het verlies van het vermogen om van het leven te genieten.

Reactie op verlies.
Vanavond wil ik verschillende keren iets citeren van Prof. Ter Horst.
Ter Horst was orthopedagoog die op zijn werk en privé te maken kreeg met grote verliezen.
Hij heeft daar over geschreven. Ter Horst zegt dat je op verlies een antwoord moet geven.
Het beste antwoord op verlies is verdriet, is rouwen.

Maar rouwen kan niet iedereen of kan iedereen meteen. Rouwen is niet gemakkelijk.
In de uitnodiging stond het woord: rouwverwerking.
Dat is een werkwoord, rouwen is werken, het gebeurt niet automatisch, je moet ermee aan de slag.

Voorbeelden.
Ik wil een paar voorbeelden noemen waaruit blijkt dat het niet gemakkelijk is om om te gaan met verlies.
1e voorbeeld:
Als je lichamelijke beperking niet zo zichtbaar is voor anderen, dan heb je de mogelijkheid om de kloof
tussen wensen en kunnen op te heffen door je beperkingen te ontkennen, je kunt ze wegstoppen of minimaliseren.
Je kunt jezelf en anderen dan voorhouden dat je geen problemen hebt.
Je blijft je richten de vier voornoemde doelen.
Ik noem wat voorbeelden: ik ga zelf de kost verdienen, ik wil een gezin, ik zie er goed uit, ik blijf onafhankelijk.
Je blijft de vier doelen zien als vanzelfsprekend en tegelijk realiseer je je niet dat je lichamelijke beperking
bij het bereiken daarvan een barrière vormt.
De consequenties van de lichamelijke beperking lijken niet door te dringen.
Je leven krijgt een soort "alsof" karakter.
Je lichamelijke beperking is niet bespreekbaar en dat heeft gevolgen.
Je meest naasten kennen je, zij hebben te maken met je beperking,
zij willen er over praten misschien, maar je sluit de toegang.
Dat is niet gemakkelijk voor je omgeving.

We zijn hier bij elkaar als mensen die naar de kerk gaan. We hebben allen een Godsbesef.
Als je je lichamelijke beperking ontkent, dan heeft God er ook geen plaats in.
Dat stuk van je leven houd je weg van God. Je brengt het niet voor Zijn Aangezicht.
Het rouwwerk komt niet op gang omdat de confrontatie met je beperking uit de weg gaat.

Als je de kloof tussen je eigen mogelijkheden en de vier algemene doelen wel in meer of mindere mate ervaart,
dan weet je: ik ben geblokkeerd in mijn mogelijkheden.
Ik voldoe niet aan het beeld waaraan ik graag zou willen voldoen en dat is een pijnlijke gewaarwording.
Op deze pijnlijke toestand kun je op verschillende manieren reageren.

2e voorbeeld:
Het is soms niet eens mogelijk om meteen te beginnen met het rouwwerk.
Vaak is er eerst iets anders. Het is: 'Oefenen, oefenen en nog eens oefenen'.
Vooral als je eerst gerevalideerd moet en kunt worden, dan gaat alle kracht en aandacht zitten in het oefenen.
Het ondernemen van deze oefeningen hebben veel nut, in die zin, dat daarmee voor jezelf een scherp beeld ontstaat
van én van je beperkingen én van je mogelijkheden.
Het heeft je er als het ware toe aangezet en zet je er toe aan om er uit te halen wat er in zit.

Ik weet niet welk Godsbeeld ieder van de aanwezigen vanavond heeft.
Dat kan een heel verschillende zijn.
Sommige mensen hebben diep van binnen een Godsbeeld die zegt dat je je uiterste best moet doen bij God.
Je moet het verdienen bij God, God wil dat ik goed presteer.
Ik moet me waar maken tegenover God. Dan heb ik reden voor mijn bestaan.
Als dit ten diepste je Godsbeeld is, dan bestaat de kans dat de omgang met God in dit teken zal komen te staan:
ik zal het bij God moeten verdienen: ik moet wel erg mijn best doen.
Hij moet wel trots op mij kunnen zijn.

Maar als na verloop van tijd blijkt dat met alle inspanning het toch niet lukt om de kloof tussen
wensen en willen op te heffen, dan kan er een andere dreiging komen.

3e voorbeeld:
Er kan een gevoel komen van "Het heeft geen zin, ik geef het op"
Je trekt je terug uit de strijd en gaat moeilijke situaties, waarin je met je lichamelijke beperking geconfronteerd
zou worden, uit de weg.
Je kunt dan in een vrij passieve toestand raken, die gepaard kan gaan met sombere gevoelens.
In de relatie met God heeft deze psychische gesteldheid ook zijn weerslag.
Misschien hoor je af en toe een stemmetje die zegt: Ik doe er ook niet meer toe voor God,
ik ben uit Zijn blikveld, God heeft er ook niets mee te maken, Hij doet ook niets en het doet me ook niets.

4e voorbeeld:
Als iemand geblokkeerd wordt in het nastreven van zijn wensen kan dat ook agressieve
gevoelens opleveren. "Alles en iedereen is tegen mij; ik wil dit niet".
Daarbij kan de agressie gericht worden op de beperking zelf.
Je kunt jezelf gaan kwellen, of cynische opmerkingen en grappen maken over je eigen beperktheid.
In je beleving is er dan sprake van een grote kloof tussen je zelf en je lichaam.
Je lichaam dwarsboomt je en daarom houd je het met wantrouwen en vijandigheid in de gaten.
Je wijst het af.

De agressie kan zich ook richten op de buitenwereld, die 'valide' normen stelt.
Je voelt je snel gediscrimineerd, je voelt overal onbegrip en veroordeling.

Soms zijn het juist de mensen, die het meest nabij staan die deze kwaadheid over zich heen krijgen.
Als dat gebeurt, dan kun je haast niet verder, de ontwikkeling stagneert, je loopt vast.

In de relatie met God kan deze beweging ook en rol spelen.
De eerlijke waarom vraag, kan een boze, opstandige waarom vraag worden. Je neemt het God kwalijk: waarom hebt U dit niet voorkomen, Waarom geneest U mij niet. In de Bijbel lezen we meerdere keren over de waarom vraag. Het bijzondere daarvan is, dat daar geen veroordeling over komt. Alle grote Godsmannen hadden hun waaroms tegenover God: Mozes (Num.11:11), David (Psalm 22:1), Jeremia (20:18), Jesaja (1 Koningen 19:4), Paulus en ook de Heere Jezus Zelf.

Ik laat mijn pastoranten die hiermee worstelen dikwijls Klaagliederen 3 lezen.
Daarin staat het prachtige vers dat Gods barmhartigheden niet ophouden en elke morgen nieuw zijn en dat Zijn trouw groot is. Maar daar begint dit hoofdstuk niet mee. Jeremia heeft het niet gemakkelijk en hij klaagt over God: Gij waart mij een loerende Beer, zegt hij. U laat mij geen uitweg.

Misschien ervaar iemand die hier aanwezig is dit zo. Lees dan Klaagliederen eens.
Dat is geen gemakkelijke tijd. Je hebt het gevoel dat God niet naast maar tegenover je staat. Het wordt een beproeving, je kunt het als een soort examen ervaren waarin het lijkt dat je niet zult slagen.

We hebben ook nog een vijand, de tegenstander van God, dat is satan.
Hij wil van deze beproeving een verzoeking maken. Hij ligt op de loer en hij ziet ons als mensen worstelen met onze levensvragen. Hij wil maar één ding: ons losweken van God. Hij wil dat wij God uit ons dagelijks leven bannen. Ons laten geloven dat God niet van ons houdt, dat Hij ons niet ziet en niet in staat is om iets voor ons te doen. Satan is erg listig, kent onze zwakheden en gaat daar op in. Maar hij is een leugenaar.

Als Paulus aan het einde van zijn leven is, komt hij tot één conclusie bij alles wat hem is overkomen. Hij zegt dan: ik mocht het geloof behouden. Daar gaat het om in het leven.

Bovenstaande voorbeelden laten zien dat het nog niet zo gemakkelijk is om te rouwen over het verlies van validiteit. We zullen daar allemaal wel iets uit herkennen.

Het rouwproces.

Ik begon met een uitspraak van Prof. Ter Horst.
Het beste antwoord dat je kunt geven op het verlies is het rouwproces in gaan.
Dit proces gaat gepaard met een zoektocht. Deze zoektocht begint soms pas als je uitgerevalideerd bent.

Wat kan helpen in het proces van verlies, rouw en aanvaarding.

1. Leren om stil te staan bij de dingen die je niet meer kunt of die niet meer komen.
Stilstaan bij het verlies, het gat waar je in valt, stilstaan bij de pijn die dat met zich meebrengt.
Er proberen woorden voor te vinden en het benoemen.
Laat ik het meteen maar zeggen: dat is niet gemakkelijk.
Je moet de pijn, de angst, de heimwee, het gemis recht in de ogen kijken.

Ter Horst zegt, dat dit geen fasen zijn: fases die je van de één naar de ander doorloopt
en uiteindelijk gaat het steeds beter. Iemand zei het zo tegen me: het went nooit.

Ter Horst vergelijkt het rouwproces met een doolhof.
Soms ben je even aan de rand en heb je uitzicht, dan zit je weer in het midden
en heb je het idee dat je weer hetzelfde rondje draait.
Het houdt niet op.

Het gaat niet over, elke levensituatie en elke nieuwe levensfase blijft vragen om een nieuw antwoord.
De anderen gaan trouwen, jij niet. Zij worden ouder en grootouder jij misschien niet.
Zij hebben vakantie van hun werk en genieten er van.
Anderen gaan met pensioen, jij hebt niet gewerkt of werkt allang niet meer.
Voor jou is het dagelijks leven al zwaar: uit bed komen, jezelf verzorgen, eten of in een stoel zitten.
De beperking is levenslang en je blijft geconfronteerd met de gevolgen die steeds een reactie vragen.
Daar wen je niet aan.

De vraag is: mag dat ook van jezelf: er niet aan kunnen wennen.
Wil je hier bij stilstaan, wil je naast de lichamelijke pijn, ook de psychische pijn aanvaarden,
gun je dat jezelf, sta je jezelf toe dat je er niet aan kunt wennen.

Er is een stroming in het christelijk geloof dat we prosperity het voorspoed geloof noemen.
Als je maar gelooft, vertrouwt en leeft uit genade, dan komt het allemaal wel goed.

Hoe ziet God dat?
Veroordeelt God ons als wij niet kunnen wennen aan de gevolgen van een gebroken schepping.
Want dat is het toch. Wij hebben te maken met de gevolgen van de zondeval in het Paradijs.
Ergens binnen in ons is er een verlangen naar dat Paradijs, naar de plek waar het goed is,
ons lichaam functioneert zoals het is bedoeld, onze relaties zijn in harmonie
en het geluk is heel gewoon.

God wéét dat wij daar naar verlangen.
Sterker nog: Hij heeft dat verlangen in ons gelegd.
Een verlangen naar Hemzelf, hoe Hij het bedoeld heeft en eenmaal zal laten komen.

God heeft de in zonde gevallen mensheid niet in de steek gelaten.
Meteen al, na de zondeval is Hij naar het Paradijs gegaan en Hij heeft geroepen:
Adam, waar ben je.
Tegen Abraham zei God: Ik zal zelf in een Lam voorzien dat de zonde der wereld weg zal nemen.
Hij heeft gedaan wat hij heeft beloofd: Hij stuurde de Heere Jezus: Immanuël: God met ons.
Ook wij als heidenen mogen dicht bij God komen: sterker nog:
Als wij geloven in het werk van de Heere Jezus dan maakt Hij ons tot Zijn kinderen.

God is bezig met de vorming van al Zijn kinderen.
Japke heeft vanavond uit de Korintebrief voorgelezen.
Daarin schrijft Paulus over Gods doel en plan met zijn leven:
In mijn sterfelijk lichaam zegt Paulus, wil God het leven van Zijn Zoon openbaren.

Datzelfde doel heeft God voor ons. God woont in ons door Zijn Heilige Geest.
Dat kan niet aangetast worden, nog door ziekte, nog door handicap.
Dat is zelfs sterker dan de dood, dat is van God Zelf. God wil ons vullen met Zijn Geest.
Hij heeft te veel voor ons gedaan om ons los te laten.
Hij is bezig met onze vorming: Hij wil iets van Zichzelf uitwerken in ons.

Hier mogen we ook bij stilstaan. Dit kunnen we op ons laten inwerken: God heeft mij lief.
Ik mag van genade leven, Hij houdt van me zoals ik ben, Hij is bij me.
Hij laat mij niet in de steek. Mij niét, ik ben de moeite waard voor Hem.
Hij wijst mij niet af. Hij werkt ook aan mij, Hij vormt Mij ook en
dat blijft Hij doen, totdat ik bij Hem zal zijn.

Prof. Velema zei eens tijdens een college: Ik ben hoogleraar, maar ik hoop dat ik ook altijd student zal blijven.

2. Dan komt er beweging van binnen.
De wensen, het verlangen, de gangbare vier doelen zijn er, het verlies ervan is er, de pijn is er,
de doolhof is er bij tijd en wijlen, maar er komt ook nog iets anders.
De persoonlijke relatie met God is er ook.
De lichamelijke beperking, de handicap staat niet tussen God en jou in,
God staat niet tegenover je, maar God staat aan jouw kant.
God wil helpen, troosten, dragen, barmhartigheid tonen.

God heeft de wereld lief. God heeft mij lief. God heeft mij op het oog.
Ik ben kostbaar voor Hem om wie ik ben als mens. Ik mag er zijn voor Hem.
Hij houdt van mij. Ik doe er toe als mens, zoals ik ben, naar geest, ziel en lichaam.
Ik draag deze schat in een aarden vat, maar ik draag hem wel!

Dat betekent een verbreding van het waardenscala.
Doelen en wensen, die voorheen minder van belang waren of die helemaal niet werden nagestreefd, worden nu veel belangrijker.
Je kunt je ook op nieuwe, andere dingen richten.
Wat zijn jou kwaliteiten, begaafdheden, talenten.
Dáár mag je ook bij stil staan.
Je gaat zoeken naar wat bij jou past en wat haalbaar is.
Op zoek naar alternatieven.

3. Dat betekent een nieuwe hiërarchie van waarden,
zodat onder andere lichamelijke gaafheid en behendigheid een andere plaats krijgen toebedeeld.
Als je dingen gaat doen die jijzelf belangrijk vind en waardeert, dan hoef je je daarin niet beperkt te voelen.

4. Je maakt dan van binnen een overgang.
Je gaat jezelf in de eerste plaats niet meer vergelijken met anderen.
De valide mensen vormen niet de maat waarmee je jezelf meet, jijzelf wordt het referentiepunt
en jijzelf wordt de maat.
Het sociale waarden systeem bepaalt dan niet meer alleen de kwaliteit van je leven,
maar dat bepaal je zelf.
Je hebt je standpunt verlegd en groeit naar innerlijke onafhankelijkheid.
Dat groeit naarmate je stil staat bij je kwaliteiten, je gaven en de wijze
waarop je die uitvoert en daar waardering voor hebt en krijgt.

Het verleggen van je standpunt betekent een overgang van 'Ik ben onvolledig' naar
'Ik ben zoals ik ben, ook al beschik ik niet over alle denkbare middelen.

Het tweede onderdeel van deze lezing: de bijdrage van de omgeving.

In hoeverre kan de omgeving positief bijdragen aan de rouwverwerking en de zingeving van iemand
met een lichamelijke beperking of anders gezegd: welke betekenis kunnen anderen hebben.
Ik noem vier aspecten, maar dat is maar een aanzet.

1e: In de Korinthe brief wordt geschreven over de gemeente van de Heere Jezus als een lichaam.
Er wordt gezegd, dat we allemaal onderdeel zijn van dat lichaam.
We zijn allemaal anders. We zijn niet allemaal oog, maar de ene is voet en de andere hand.
We hebben elkaar nodig in het lichaam van Christus.
Daarin ligt de vraag en de uitdaging, die de mens met een lichamelijke beperking aan de omgeving stelt.
De lichamelijke beperking is een uitnodiging aan de omgeving om zich óók te laten vormen,
zich te ontwikkelen, te openen in de richting van waar het nu werkelijk om gaat in het leven.
In die zin houdt het lichaam van Christus zichzelf de spiegel voor: we hebben elkaar nodig.

2e: Hoe kan de omgeving helpen.
Congruentie of echtheid. Het gaat erom, dat de omgeving zichzelf is.
Je verschuilt je niet en zendt geen dubbele boodschappen uit. Meeleven en meehelpen moet oprecht zijn. Wees open, eerlijk en zorgvuldig, ook als je het moeilijk vindt.

3e Empathisch begrip. Invoelen wat er in de ander omgaat en dit begrip over te brengen.
Dat vraagt om luisteren, luisteren, luisteren. Daarmee probeer je verheldering en verduidelijking te bereiken; waar bevindt zich die ander, werkelijk proberen te begrijpen wat er in de persoon met een beperking omgaat en dat begrip ook kan laten merken aan die persoon.

a. Dat betekent als ambtsdrager dat je niet steeds kan komen met je eigen verhaal en je ook niet kunt vergelijken. Stel eenvoudig de vraag hoe het is en luister dan goed.
b. Een rouwend persoon hoef je niet te wijzen dat er nog zoveel is waar hij of zij dankbaar voor kan zijn. Misschien is de persoon die jij bezoekt op dit moment nergens dankbaar voor en jij hoeft iemand geen schuldgevoel aan te praten. De persoon waar jij bij betrokken bent is iets zeer essentieels kwijt en moet zonder dat verder. Ieder mens en elke situatie is uniek. Waar is de persoon aan toe die jij bezoekt, daar moet je achter zien te komen. Dan ontstaat er zoiets van een christelijke gemeenschap.
c. Als dat wenselijk is kun je een passend Bijbelgedeelte zoeken om voor te lezen. Ik hoorde van een jonge man dat de ouderling een stukje voorlas over dronkenschap. De jongeman durfde niet te vragen wat de aanleiding was om dit voor te lezen. Hij vroeg zich af of de ouderling dacht dat hij door zijn handicap alcoholist was geworden. Dat bezoek was niet helpend, maar riep veel vragen op.
d. Om uitzicht te bieden wijzen sommige bezoekers op dat God alle dingen zal laten meewerken ten goede. Dit Bijbelvers is een geweldige belofte van God. Maar degene die je bezoekt in de Jeremia tijd zit en God als een loerende Beer ervaart, of in de doolhof het gevoel te hebben weer een rondje te lopen, dan is de belofte van God dat het zal meewerken ten goede vele stappen te ver. Zo iemand heeft iets anders nodig.
e. Durf je als ambtsdrager te zeggen dat je geen antwoord hebt op de weg die God met iemand gaat? Mogen die vragen er zijn? Als het gesprek daar op kunt kun je die vragen in de voorbede voor de Heere neerleggen.
f. Bij het doen van voorbede kun je vragen of de persoon waar je op bezoek bent, zelf iets heeft waar je voor kunt bidden.

4e aspect. Onvoorwaardelijke positieve waardering.
Ben je in staat te laten merken en te laten voelen dat je de ander zonder voorwaarden te stellen de moeite waard vindt en als persoon waardeert. Het gaat om het overbrengen van een werkelijk positief gevoel voor de ander als persoon, onafhankelijk van wat die ander doet of zegt. Je wijst niet af. Dit maakt het voor de ander gemakkelijker om de door zichzelf veroordeelde aspecten ook weer onder ogen te zien en daarna ook positiever te waarderen.

Iemand met een beperking doet een appél op jouw als ambtsdrager.
Hoe zit dat met jezelf als ambtsdrager, durf je stil te staan bij je eigen waarden systeem, durf je stil te staan bij je eigen waaroms in het leven. Durf je zelf God te blijven vertrouwen ook als je onbeantwoorde vragen hebt? God werkt aan ons allen totdat wij gaan sterven of tot het moment dat de Heere Jezus terugkomt. Als je als ambtsdrager weet dat je in je eigen geestelijk leven ook in ontwikkeling bent, dan mag je naast de ander komen staan, dan mag je stilstaan waar de ander stilstaat en is je bezoek, je aanwezigheid een weldaad. Zo laat je merken door je houding en wat je zegt en doet dat je de ander de moeite waard is, dat het zin heeft er te zijn, dat je de ander aanvaardt en tegemoet komt op het punt waar hij of zij zich bevindt.

Vier aspecten waar de omgeving kan bijdragen aan het rouwproces en de zingeving van iemand die een lichamelijke beperking heeft.

Hiermee wil ik de lezing voor vanavond afsluiten.

Alles is niet gezegd, ik ben me daarvan bewust. Deze lezing is een aanzet en helpt wellicht om met elkaar in gesprek te komen, aanvullingen te hebben of bepaalde zaken meer of anders uit te diepen.